Telefoonnummer Margriet Bleeker  06-270 711 90   Email Margriet Bleeker info@margrietbleeker.nl

Als je over je denken oordeelt, zul je nog meer
gaan denken. Een oordeel is ook een gedachte…

Een aantal kinderen en jongeren dat op school tegen problemen loopt is in meer of mindere mate een beelddenker. Op veel scholen wordt niet of nauwelijks gekeken of dit ook werkelijk zo is. Als je weet dat je meer in beelden dan in woorden denkt, kan dat veel frustratie schelen.

Wat is beelddenken?

Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. We kunnen het ruimtelijk denken noemen. Denk maar eens aan het woord appel. Doe je ogen dicht: wat zie je? De meeste mensen zien dan de letters a-p-p-e-l voor zich.

Beelddenken

Een beelddenker ziet echter een prachtige apel, mooi glanzend rood, met een steeltje en kan bijna proeven hoe sappig deze is. Beelddenken is een fundamenteel andere manier van denken!

Beelddenkers zijn visueel, maar daarnaast ook ruimtelijk ingesteld. Ze werken het liefst met hun ogen en hun opgedane ervaringen. Luisteren is nooit hun sterkste kant. De ogen gaan voor de oren! In één oogopslag overzien beelddenkers ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Het ene beeld roept al weer een volgend beeld op. Dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen waar een ander nooit opgekomen zou zijn.

Nadeel van dit associatieve, snelle denken is wel dat beelddenkers vaak wat chaotisch overkomen. Omdat beelddenkers in beelden denken en niet in taal, ze hebben moeite met de 'vertaling' naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, danges, je weet wel! In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden. Ditzelfde zou kunnen gelden voor getallen. Als ze de letters en hun klanken gaan leren, geeft dit problemen. Immers: een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p, maar voor een beelddenker blijft het een b.

Ieder kind begint als beelddenker. Tot vier jaar zijn alle kinderen min of meer beelddenkers. Ze denken voor het grootste deel in beelden en gebeurtenissen. Langzaam ontwikkelt het taaldenken zich en wordt het beelddenken procentsgewijs wat kleiner. Het taaldenken kan naast het beelddenken geïntegreerd zijn. En dat is prettig, want taal is nodig in het onderwijs en in de talige, westerse samenleving. Het kunnen overschakelen van taal- naar beelddenken naar gelang de situatie geeft iemand een enorme bagage: je kunt zowel snel, creatief denken, als logisch en analytisch. Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers! Sommige beelddenkers kunnen niet zo gemakkelijk overschakelen naar taal. Zij ervaren problemen in communicatie en op school of bij een studie.

Op de basisschool wordt in het leerproces veel nadruk gelegd op volgorde en details, om dit goed te kunnen zien heb je beide hersenhelften nodig. Een beelddenker is hier niet sterk in en gebruikt vooral de rechterhersenhelft. Het onthouden van de letters en bijbehorende klanken geeft dan vaak problemen. Het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels of sommen onder de 20 gaat vaak moeizaam en bij het spellen maken ze vaak veel oriëntatiefouten: de letter s wordt een z, of de f wordt een v. Taalregels worden niet goed gehanteerd, ze gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Het lijkt daardoor of ze slordig zijn, maar ze weten heel goed waar de tekst globaal over gaat. Details zien een functie die vooral door de linkerhersenhelft wordt aangestuurd is voor hen het moeilijkst. 

Beelddenken is een verworvenheid en geen stoornis of mankement. Er wordt wel eens gezegd dat beelddenken een lastige gave is waar de omgeving vaak geen begrip voor heeft. Beelddenkers leven vooral vanuit het gevoel en de beleving. Het kijken gaat voor het luisteren. Het probleem zit 'm in de zeer gestructureerde talig ingestelde maatschappij waarin wij opgroeien. Ze reageren te snel bij het eerste het beste woord en luisteren niet meer verder. Ze denken het wel te weten! Omdat ze de oplossingen voor vraagstukken / problemen al in hun hoofd 'zien', zijn ze geneigd te denken dat ze hun huiswerk wel weten, terwijl de leerstof nog niet verankerd is. Omdat beelddenkers in hun gedachten allerlei sprongen maken, komen ze soms wat chaotisch over en zijn ze gebaat met korte, duidelijke opdrachten/ afspraken. Hulpmiddelen als briefjes, agenda's en planborden willen ook nog wel eens helpen.

Beelddenkers ondervinden ook in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs problemen met het leren van de nieuwe talen. Voor deze kinderen is het ook op het voortgezet onderwijs moeilijk als ze bij vragen van scheikunde, natuurkunde en wiskunde alle stapje op moeten schrijven hoe ze aan een antwoord komen. Ze weten meestal heel snel het antwoord, maar niet de tussenstapjes. Het meeste leed is echter geleden vanaf de derde, vierde klas. Het onderwijs is dan meer gericht op het verwerven van inzicht (waar beelddenkers sterk in zijn!) en er hoeft minder uit het hoofd te worden geleerd.

Signalen voor beelddenken

  • Spellend en/of radend (anticiperend) lezen, lezen wat ze denken dat er staat
  • Globaal overzicht, details worden vergeten, denken in beelden i.p.v. in woorden
  • Synoniemen gebruiken (kraai wordt raaf, als het maar zwart is en vliegt!)
  • Problemen met hardop lezen, terwijl terugvertellen (begrijpen!) wel goed gaat,
  • Moeilijk om iets onder woorden te brengen, daar is meer tijd voor nodig en er is vaak een eigen woordenschat
  • Meer dan 60% oriëntatiefouten bij dictee, spellingsregels zijn wel bekend, maar worden niet toegepast (geautomatiseerd)
  • Automatiseren in het algemeen gaat moeilijk tot slecht
  • Emotioneel erg kwetsbaar
  • Vaak moeilijk concentreren
  • Goed visueel geheugen, (relatief) slecht auditief geheugen, ze leren meer door te kijken dan door te luisteren
  • Zelfbedachte strategieën, problemen op ongebruikelijke wijze oplossen
  • Een levendige verbeelding hebben, vaak erg speels en vertellen vaak fantasieverhalen
  • Slechte organisatie, slecht tijdsbesef
  • Moeilijk leesbaar handschrift
  • Vaak een enorm doorzettingsvermogen
  • Aanvoelen wat anderen voelen, hekel aan ruzie en conflicten
  • Muzikaal, artistiek, mechanisch aangelegd
  • Dol op de computer/internet.
  • Dol op bouwmaterialen, waarmee ze hun 3D wereld beter vorm kunnen geven.

(bron: Upside-Down Brilliance, the visual spatial learner; Linda Kreger Silverman)

Begeleiding

Beelddenkers ondervinden moeite op school met het automatiseren van tafels, woordjes en andere leerstof. Het gebruik van de meest effectieve leerstrategie en het bewust leren helpt daarbij. Met behulp van de MatriXmethode en methoden voor Beelddenken is het mogelijk om makkelijker te leren leren. In 2 - 5 sessies kan je deze andere werkwijze aanleren en er zelf mee aan de slag gaan. Let wel: dit vraagt wel dat je thuis dagelijks oefent, liefst met behulp van de ouders.
Om de effectiviteit van de hersenen te vergroten en de balans linker - rechterhersenhelft te versterken is Neurofeedback ook te overwegen. Dit vraagt meer tijd maar heeft zeker een versterkend effect.

Terug